Louis Bohté, onze vorige voorzitter, schrijft ons vanuit Bethlehem
 

Beste mensen,

Vrede en alle Goeds.

Bethlehem, 3 oktober 2010

 foto's

Zonder veel moeite gebeurde er afgelopen week meer dan genoeg.

Afgelopen maandag bezocht ik Hajj, die mij uitnodigde naar de familie van zijn moeder te komen, want zijn tante uit Saoedi-Arabië was er. Wij wandelde erheen, maar onderweg sneed een auto ons de pas af. Er zaten twee jongelui in, die mij kenden. Een bleek de oudste zoon van de huiseigenaar van het jongerencentrum te zijn. Zij brachten ons naar de plek van bestemming. We moesten alleen een pad aflopen om bij het huis van de grootouders van Hajj te komen. Wie schetst mijn verbazing, dat het een enorme drukte was. Bij elkaar waren er zo’n 20 mensen binnen, oud en jong.

Toen we een ronde maakten, waarschuwde Hajj mij om zijn tante uit Saoedi-Arabië geen hand te geven. De volgende verrassing volgde: zijn tante nam zelf het initiatief mij een hand te geven. Hajj had nooit haar een vreemde een hand zien geven. Het hand geven is een complexere zaak dan het oppervlakkig lijkt. Toen we weggingen, kwamen er enkele vrouwen binnen. De grootvader van Hajj vroeg mij om de vrouwen geen hand te geven.

In een gesprek met een tante van kwamen we te spreken over de Palestijnse samenleving te spreken. Ik had het over clans. Zij begreep niet wat ik bedoelde. Ik noemde de Ta’amre als een voorbeeld van een clan. Dit leverde meteen een heel verhaal op. De buren zijn namelijk van die clan. Er volgde een verhaal over een lastig probleem met de buren. Ik schreef hierboven over een pad naar het huis toe van zo’n 80 meter. Het is een onverharde pad en niet gelijk. De grootmoeder heeft een looprek nodig om zich te verplaatsen. Het laat zich raden, dat het voor haar heel lastig is om naar de weg te komen om vandaar verder te komen, naar een ziekenhuis bijvoorbeeld. De buren weigeren echter mee te werken aan de aanleg van een weg naar het huis toe. Het pad loopt tussen een muur van stenen en een hek.

De volgende dag was ik in de naaiwinkel, toen de grootvader langskwam. Hij zag mij zitten en kwam naar binnen om mij te omhelzen.

Vrijdag heb ik Hajj weer opgezocht, omdat zijn familie uit Saoedi-Arabië op bezoek zouden komen. Dat gebeurde niet, maar we hadden wel een goed gesprek. Hajj heeft een steeds meer omlijnd idee over zijn leven. Hij wil veranderen. Maar daar moet ik ook aan bijdrage door hem de kans te geven op te treden. Daartoe was het goed, dat ik ’s morgens een vergadering had met mijn musicus John en een andere man van zijn organisatie. Die heeft namelijk kontakten met instellingen, waar Hajj zou kunnen optreden.

De weg terug van Hajj naar huis was heel plezierig. Eerst had ik contact met een paar jongelui, die ik ken uit de tijd van het jongerencentrum. Zij zijn flink gegroeid, vooral degene, die een hazenlip heeft. De ander was degene, die mij enkele jaren geleden een houten kruisje gegeven had om te dragen. Het was leuk om tijd voor hen te nemen en zij waardeerden het.

Na de taxi genomen te hebben naar de Cinema liep ik verder naar huis en kwam enkele kinderen tegen, met name Ibrahim en Gibriel en nog een jongere knul. Het was even tijd voor een fotosessie.

Zaterdag aan het begin van de avond kwam ik hen in de stad weer tegen en Ibrahim wilde graag foto’s maken. Ik liet hem zijn gang gaan en vervolgens nodigde hij mij uit met hem en Gibriel mee te gaan naar het huis van Gibriel. Ik bleef wel buiten zitten. De mensen waren niet voorbereid op mijn komst en ik hoef niet zo nodig met hun armoede geconfronteerd te worden, al zijn ze als mensen wel rijk. Ik ken de familie wel, want met de ouders heb ik afgelopen zomer kennis gemaakt, toen zij met hun dochters ’s avonds buiten op het Geboorteplein liepen.

Om bij het huis te komen moest ik langs een pad, dat omlaag ging en er was geen verlichting. Ibrahim hield mijn hand vast en Gibriel telde iedere keer hoeveel treden er waren, zodat ik niet zou struikelen. Ik merkte dat Ibrahim daar kind aan huis is. Ibrahim vroeg mij of wij nu vrienden zijn. Hij maakte hierbij het gebaar van het heen en weer schuiven van zijn twee wijsvingers. Ik heb ja gezegd.

Hij vroeg mij of ik een falafel wilde kopen voor een ander kind, die kennelijk thuis niet genoeg te eten kan krijgen, maar dat kind, Youssef, weigerde. Hij was wel zo attent om mij te waarschuwen, dat waar ik wilde gaan zitten, nat was.

Op vrijdagmiddag kwam de andere Nederlandse medebroeder, Gerard van Buul, die graag eens een vluchtelingenkamp van binnen wilde zien, naar Bethlehem. Dat werd het Al Azza kamp bij de familie van Wisam en Husam. De laatste was thuis en zat met een vriend boven op het dak lekker in de schaduw. Gerard kreeg zo enig beeld van de Palestijnse samenleving en van een vluchtelingenkamp.

Vlakbij liep een knul op een dak, hoger dan het dak waar wij op zaten. Op een gegeven moment verscheen er een kennelijk oudere broer, die wel op de foto wilde. Het leverde een mooie foto op. De jongen was tevreden over zijn foto. Zie de bijlage.

Gisteren was er een priesterwijding van een jonge medebroeder in het noorden van Israël. Omdat hij tot de Melkitische kerk behoort, een oosterse kerk, die een deel van de Katholieke Kerk is, was de wijding volgens de Melkitische ritus. Dit was duidelijk anders dan een wijding volgens de Latijnse ritus. De wijding speelde zich in twee fases af. Eerst op een hoek van het altaar legde hij zijn hoofd neer en werden wat op zijn hoofd gelegd als een ritueel en werd er gebeden. Hierna werden de liturgische kleren, die bij het diakenschap behoren afgelegd en werd hij bekleed met priesterlijke gewaden, die door zijn ouders, broers en zus naar voren waren gebracht. Dit was een emotioneel gebeuren. Na de viering was er een feest, zoals ik het ook bij een bruiloft ken. De reis heen en terug was wel lang, ruim twee uur in een slopende hitte: tot boven de 35 graden.

Afgelopen donderdag was ik weer eens in Jeruzalem, waar echter alles gesloten was vanwege een Joods feest behalve in Oost Jeruzalem. Ik had een gesprek met de custos, dat goed en plezierig verliep. Dat was ook niet zo moeilijk, want ik had van tevoren via een email de gesprekspunten met bijbehorende informatie toegestuurd, zodat hij voorbereid was en snel op alle punten in kon gaan. Dit werkt het beste. Er was echter een punt, dat op het laatst erbij kwam na een bezoek aan mijn reisbureau. Zij vroegen mij namelijk om gids te worden vanwege een nieuwe wetgeving in Israël, waardoor de andere Nederlander in Bethlehem, Toine niet meer als gids kan optreden. Ik kan het zonder veel plichtplegingen wel worden vanwege de positie, die wij als minderbroeders hier in het Heilige Land hebben. Maar ik ga eerst eens met met Gerard van Buul mee om enig beeld te krijgen, wat ervoor komt kijken om te gidsen. Zo krijg ik het met mijn AOW in zicht nog eens druk, want ik ben ook bezig mijn brieven te bundelen. Dat levert extra werk op, temeer vanwege het aantal brieven voor ik mij hier ging vestigen, 7 jaar geleden. Dat is bij elkaar al goed voor zo’n 300 bladzijden voor een boek. Het betreft de periode als burgerwaarnemer eind 2001, de periode, dat ik met de communiteit in Bethlehem kennismaakte van eind oktober 2001 tot Pasen 2002 ten tijde van de uitgaansverboden en de anderhalve maand in Cairo in mei en juni 2002. Het laatste levert materiaal op, dat niet vergeten mag worden.

Dinsdag aan het begin van de avond zocht ik Sana Balboul op. Zij was druk aan het nakijken van huiswerk van de klas die zij heeft. Zij geeft sinds kort les op school. Omdat zij zo druk was, hield haar dochter mij buiten bezig samen met een jongen van haar leeftijd. Zij wilde graag rondgezwierd worden, terwijl het ook een keer gebeurd was, dat zij mij geen hand wilde geven. Zo kan het met kinderen gaan.

Opmerkelijk was deze week de boot, die Joden van een ander Joods geluid naar Gaza bracht met een symbolische lading, door het Israëlische leger gestopt werd. Volgens het leger gebeurde dit op een vreedzame wijze, volgens de opvarenden niet op een vreedzame wijze. Zie de bijlage hierover.

Uiteraard houdt de vorming van een nieuwe regering mij wel bezig. Er komt nu een rechtse kerk na decennia van een linkse kerk, als ik op de media af mag gaan. Het grappige is, dat het nieuwe kabinet met een geloofsbelijdenis komt: ‘Dit kabinet gelooft in een overheid die alleen dat doet wat zij moet doen, liefst zo dicht mogelijk bij mensen.’ Hier horen een aantal sprookjes bij, zoals vorige kabinetten hun eigen geloofsbelijdenis kwamen met bijpassende sprookjes.

Nieuwe sprookjes zijn bijvoorbeeld: Kwaliteitsverbetering bijvoorbeeld in onderwijs, zorg en duurzaamheid – zit vaker in slimme vernieuwingen dan in geld en regels; Zo is er een rechtstreeks verband tussen voldoende handen aan het bed straks en het besluit de AOW-leeftijd op te trekken nu.

Zijn er genoeg handen beschikbaar als de grenzen gesloten worden voor mensen, die dit werk kunnen doen? Ik herinner een artikel in de Economist van 9 mei 2003, waarin stond, dat wil Europa de verhouding tussen werkenden en gepensioneerden op peil houden, dan moeten 50 jaar lang jaarlijks 13 miljoen immigranten erbij komen. Het aantal  mensen kan minder zijn door de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, maar het zal aanzienlijk blijven.

Als theoloog vind ik, dat de politiek zich bij haar leest moet blijven houden en niet met een geloofsbelijdenis moet komen, die veelal als een ideologie gebruikt wordt.
Een verbod op de burka doet bij mij de vraag rijzen of een masker met carnaval wel kan.
Een algemene opmerking is, dat politici kennelijk moeite hebben zich te laten aanraken door gewone mensen, naar hun verhaal te luisteren en er iets mee te doen. Zo was de SP via hun basis in de wijken van Oss groot geworden.

Groeten uit Bethlehem,

Louis Bohté


De foto's van deze week

klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting
klik op een afbeelding voor vergroting

Jewish Gaza-bound activists: IDF used excessive force in naval raid

Activists aboard Gaza-bound ship 'Irene' counter IDF version that the vessel was taken over in a peaceful manner.

By Yanir Yagna

Israel Defense Forces soldiers used excessive force while taking over a Gaza-bound aid ship organized by Jewish and Israeli activists, the boat's passengers said Tuesday, countering the military's official version claiming that the takeover had been uneventful.

A boat with 9 Jewish activists aboard sets sail from Famagusta harbor in the Turkish-occupied north of ethnically divided Cyprus in a bid to breach Israel's blockade of Gaza, Sept. 26, 2010

Photo by: AP

Earlier Tuesday the IDF reported that Israeli naval commandos peacefully boarded the Jewish aid boat attempting to break a naval blockade on Gaza, saying "IDF naval forces recently boarded the yacht 'Irene', and it is currently being led to the Ashdod seaport along with its passengers."

However, testimonies by passengers who were released from police questioning later in the day seemed to counter the IDF's claims, with Israeli activist and former Israel Air Force pilot Yonatan Shapira saying that there were "no words to describe what we went through during the takeover."

Shapira said the activists, who he said displayed no violence, were met with extreme IDF brutality, adding that the soldiers "just jumped us, and hit us. I was hit with a taser gun."

"Some of the soldiers treated us atrociously," Shapira said, adding that he felt there was a "huge gap between what the IDF spokesman is saying happened and what really happened."

The former IAF pilot said he and his fellow activists were "proud of the mission," saying it was organized "for the sake of a statement – that the siege on Gaza is a crime, that it's immoral, un-Jewish, and we have a moral obligation to speak out. Anyone who stays silent as this crime is being committed is an accessory to a crime."

Eli Usharov, a reporter for Israel's Channel 10 affirmed Shapira's version of the events, telling Haaretz that the takeover was executed with unnecessary brutality.

"They used a taser gun against Yonatan. He screamed and was dragged to the military boat," Usharov said, adding that both Yonatan and his brother Itamar were handcuffed.

The Channel 10 reporter also said that the activists managed to have a serious heart-to-heart conversation with the troops once they were all placed on board the military vessel, and that "overall the atmosphere was good."

Reuben Moscowitz, a Holocaust survivor who took part in the mission, expressed his disbelief that "Israeli soldiers would treat nine Jews this way. They just hit people."

"I as a Holocaust survivor cannot live with the fact that the State of Israel is imprisoning an entire people behind fences," Moscowitz said, adding that "it's just immoral."

"What happened to me in the Holocaust wakes me up every night and I hope we don't do the same thing to our neighbors," Moscowitz said, adding that he was comparing "what I went through during the Holocaust to what the besieged Palestinian children are going through."